Mede is een traditionele alcoholische drank, in Polen al honderden jaren bekend. Binnen de medes onderscheiden we półtoraki, dwójniaki, trójniaki, czwórniaki en piątaki. De benamingen verwijzen naar de hoeveelheid honing die wordt gebruikt in verhouding tot de hoeveelheid water. Zoals je dus gemakkelijk kunt raden — trójniaki zijn medes waarvoor de most ontstaat uit één volume-eenheid honing en twee volume-eenheden water.
Als je je afvraagt hoe je thuis mede maakt, ben je hier aan het juiste adres. Mede is perfect als huisgemaakt drankje of als toevoeging aan thee bij een verkoudheid. Mede kun je zowel warm als koud serveren. De bereiding is bijzonder eenvoudig. Welke mede je besluit te maken, hangt af van je voorkeur. Het is namelijk moeilijk eenduidig te antwoorden op de vraag welke mede beter is — trójniak of dwójniak.
In de herfst en winter smaakt hij het beste verwarmd. Denk er wel aan dat de temperatuur niet boven de 55°C uitkomt. Het is het overwegen waard om er kaneel, kruidnagel, vanille of gember aan toe te voegen.
Zo bereid is deze warme mede ideaal voor bijeenkomsten met vrienden of familie. Dus als je droomt van een heerlijk, zoet alcoholisch drankje, kijk dan hoe je op een eenvoudige manier je eigen mede maakt.
De opslag lijkt op die van wijn. Mede bewaar je het best bij een lage temperatuur (5-10°C), in een droge en donkere ruimte. Het is ook aan te raden hem liggend te bewaren. Het bereiden van uitstekende mede kost echter tijd. Dit bijzondere drankje kun je al na 1–2 jaar drinken. Langer lageren versterkt de smaak en het aroma van de huisgemaakte drank, en het eindresultaat maakt dat het de moeite waard is geduld te hebben.
Recept voor huisgemaakte mede — trójniak
Bereiding:
Verwarm 2,3 L honing in een grote pan met 4 liter water tot de honing volledig is opgelost. Kook het geheel daarna nog 20 minuten op laag vuur en schep tegelijkertijd het witte schuim dat aan de oppervlakte ontstaat af — zo verkrijg je een gekookte mede-most. (Los je de honing op zonder het tegelijk te laten koken, dan krijg je een ongekookte mede-most). Koel de verkregen most terug door 2 L water toe te voegen en giet vervolgens alles in een mandfles, voeg de gist, de gistvoeding en 30 g zuurteregelaar toe. Sluit de mandfles af met een kurk met waterslot en zet hem weg op een plek waar een constante kamertemperatuur heerst.
Na 2 weken vergisting los je de resterende liter honing op (dit kun je doen in 1,5 L vloeistof die uit de ballonfles is afgeheveld). Corrigeer op dit moment ook de smaak door, indien nodig, het resterende deel van de zuurteregelaar toe te voegen. Na 4–5 weken (wanneer de heftige vergisting afneemt) kun je de mede voor het eerst van de droesem overhevelen. Gooi de droesem weg en laat de jonge mede verder vergisten. Het overhevelen van boven de droesem kun je elke 4 weken herhalen tot de vergisting is voltooid.
Bij het toevoegen van het tweede deel honing kun je de most hoppen en op smaak brengen met specerijen (gember, kruidnagel, zwarte peperkorrels en eventueel een muntblad). Als je hiervoor kiest, doe alle ingrediënten in een linnen zakje en kook ze ongeveer 15 minuten in 300 ml afgehevelde most. Giet het afgekoelde aftreksel in de ballonfles.
