Appels zijn het hele jaar door verkrijgbaar. Er zijn talloze culinaire manieren om ze te gebruiken. Een van de bijzondere verwerkingen van deze paradijselijke vrucht is appelboter. Het is een geweldig alternatief voor de traditionele romige boter met meer dan 80% vet. Met gewone boter heeft het weinig te maken; de naam verwijst naar de gladde, fluweelachtige consistentie en compacte, boterachtige structuur. Het is geschikt voor mensen die op dieet zijn, voor veganisten en voor iedereen met lactose-intolerantie. Door de fruitige smaak valt het ook bij kinderen in de smaak.
Het is een perfecte toevoeging aan yoghurt, havermout, broodjes, pannenkoeken en taarten, maar ook bij kazen of vlees, bijvoorbeeld van de grill.
Voorbereiding:
Was de appels, schil ze en verwijder de klokhuizen. Snijd ze in kleinere stukjes, voeg het citroensap toe en kook op laag vuur ca. 1 uur. Pureer de massa of wrijf deze door een zeef. Voeg de specerijen en eventueel de suiker toe en kook opnieuw ca. 4–4,5 uur tot het vocht is ingekookt. De kooktijd en de uiteindelijke opbrengst hangen af van het soort appel. De kant-en-klare boter moet een compacte structuur, een boterachtige consistentie en een donkere kleur hebben als gevolg van de karamelisatie van de suikers – zowel die uit het fruit als die welke aan de massa is toegevoegd. Doe de boter in uitgekookte potten en pasteuriseer ze, zodat je het langer kunt bewaren. Als je het binnen twee weken wilt opeten, is pasteuriseren niet nodig; zet de potten dan gewoon in de koelkast.

